Friday, September 3, 2010

Een vreemde manier van leven?

Laatst ontmoette ik op een bruiloft een neef, die ik in jaren niet had gezien. We raakten aan de praat. Hij vertelde hoe hij op dit moment leeft.
Vreemd! Hij had gekozen om in armoede te leven. Vrijwillig gekozen armoede. Hj beweerde dat hij daar gelukkig van werd. Samen met drie vrouwen woont hij in een klein arbeidershuisje in de Indische Buurt in Amsterdam. Met een klein baantje verdienen zij een beetje geld. Daarvan leven zij en betalen zij de huur. Ze hebben een huiskamer ingericht voor prostituees, die met tippelen hun geld verdienen. Geld dat zij vaak nodig hebben voor drugs. Van zulke vrouwen en meisjes zijn er nogal wat in Amsterdam, vertelde hij. Ze zijn, volgens hem, praktisch vogelvrij. Soms hebben ze een 'vriend', die hen steeds ook weer 'de baan' opstuurt.
"Verder hebben ze niemand", zei Kees. "Werkelijk niemand". Hoerenlopers en dealers maken misbruik van hen, buurtbewoners jagen hen weg, de gemeente wil er officieel niks mee te maken hebben. Iedereen ziet deze vrouwen als een probleem dat zo gauw mogelijk uitgebannen moet worden. Er zijn maar weinig mensen, die deze vrouwen ook als mens ziet. Als een mens, die in de problemen zit."
Dat vertelde Kees allemaal. Die groep van hem biedt die vrouwen een veilige, warme plek om te schuilen, soep en brood, een douche, wat menselijke aandacht en warmte.
"Hoe kun je daar nou gelukkig van worden?", vroeg ik.
"Dat lijkt me juist vragen om inbrekers!", reageerde ik.
"Nee hoor. Iedereen mag en kan gewoon binnenkomen om een boterham te nemen, een groet achter te laten, een nachtje te slapen. En dat gebeurt ook vaak.
Kijk, er is niets te halen van materiƫle waarde. Zodoende hebben we veel kostelijke ontmoetingen gehad. Ja, en als er eens iemand iets uit ons huis meenam, dan dachten we: 'Die zal het wel harder nodig gehad hebben dan wij'. We zijn er heel tevreden mee."
Nou was ik zelf op dat moment verwikkeld in een akelige erfeniskwestie die mijn bloed liet koken. Ik was daar vol van. Dus ik vertelde hem daarover. Mijn vader was een paar jaar geleden gestorven. Mijn drie broers werkten in het bedrijf van mijn vader. Ik zelf ben een heel andere kant op gegaan. Ik geef les aan een havo. Na de dood van mijn vader -mijn moeder was al eerder gestorven- wilden mijn broers zijn geld, dat hij allemaal in dat bedrijf had zitten, in het bedrijf laten.
Als ze mij mijn deel van de erfenis zouden geven dan zou het bedrijf over de kop gaat. Ik zou toch ook wel willen dat op die manier het levenswerk van mijn vader zou worden voortgezet, dachten zij...
Nou, dat wilde ik ook wel, maar ik vond dat ze dan maar dat geld bij een bank moesten lenen en mij mijn deel van de erfenis moesten geven. Dat wilden ze niet. En er was ook niks per testament geregeld door mijn vader. Dus, ik overwoog om dan maar naar de rechter te stappen om mijn recht te halen. Dan riskeerde ik natuurlijk wel een breuk met mijn familie. Enfin, pesterijen over en weer, je kent dat wel. Bitterheid alom...
Zegt Kees tegen mij: "Zijn die rotcenten je dat allemaal waard? Waarom zie je er niet gewoon vanaf je recht te halen? Dat is toch veel beter voor je gemoedsrust. Laat toch lopen man! Wat zal je je al die ellende op je nek halen voor honderdvijftigduizend gulden? Ik laat me nog niet voor een miljoen ongelukkig maken ... Dat is toch je ziel aan de duivel verkopen!"
Nou ja, wat vind je daar nu van?

No comments: